Home Modellen Ontwikkeling Help  Publicaties
Inleiding Leertaken Ervaringen Demo
Contact    
Onderwijskundige modellen - Didactische uitgangspunten


Opsomming van didactische uitgangspunten van de drie modellen

• Video-opnames van praktijksituaties staan centraal in de modellen. Video wordt gebruikt om
de praktijksituatie vast te leggen en te concretiseren. Met behulp van de video is ook
communicatie over complex handelen mogelijk.

• Aangenomen wordt dat de discursieve processen uit het model van Laurillard niet te
realiseren zijn binnen een digitale leeromgeving alleen. Bij de organisatie van het leren
wordt daarom “blended learning” als uitgangspunt gehanteerd. In overeenstemming met
uitgangspunten van de DU met betrekking tot “blended learning” zijn de drie DiViDUmodellen
flexibel met betrekking tot mogelijke ‘blends’ van ict-ondersteuning en face-to-face
onderwijs.

• Binnen het systeem van DiViDU moeten cyclische leerprocessen mogelijk zijn. Een
praktijksituatie kan door een beginner in het beroep heel anders worden beoordeeld dan
door een gevorderde. Hoewel een cyclische reflectie voor de eenjarige lerarenopleiding of
voor de tandartsopleiding waarschijnlijk niet haalbaar zijn, ligt dit voor andere opleidingen
mogelijk anders.

• De modellen voorzien in sturing van de uitgelokte leerprocessen. Terwijl het reflectiemodel
en het assessmentmodel de uiteindelijke keuze van videofragmenten en feedbackvragen
overlaat aan de lerende, is de sturing in het analysemodel strakker.

• In elk van de drie modellen is voorzien in een gefaseerde opbouw van leeractiviteiten. Zo
begint het reflectiemodel met vragen als: “wat wil ik leren?”, “wat kan ik doen om dat leren?”.
Daarop volgt – conform het reflectiemodel van Korthagen et al. (2002) - het handelen,
terugblikken, bepalen van essentiële aspecten en feedbackvragen en het bedenken van
handelingsalternatieven. Deze laatste worden dan weer omgezet in daadwerkelijk handelen,
waarmee het proces opnieuw op gang komt. Bij assessment gaat het om stappen als:
“Welke competentie wil ik aantonen?” “Hoe kan ik die competentie daadwerkelijk
aantonen?”. “Wat voor soort les zou ik moeten geven om die competentie te kunnen laten
zien?”. Docenten zijn bij het ontwerpen van opleidingsmodules al naar gelang de
doelstellingen en de opleidingscontext vrij in het variëren in deze gefaseerde opbouw,.

• Elk van de drie modellen biedt ruimte om leeractiviteiten te variëren al naar gelang de
beoogde effecten van de opleidingsmodule die binnen het model ontworpen wordt.

• De modellen vertonen (naast duidelijke verschillen) een zekere overlap aan leeractiviteiten. Klik hier voor een overzicht.

• Binnen elk van de drie modellen is feedback vragen en geven essentieel. Feedback kan
door zowel opleiders, praktijkbegeleiders, peers of anderen gegeven worden.

• Videomateriaal dat wordt verzameld binnen een model kan binnen de andere modellen
worden hergebruikt.

• Opdrachten die binnen het ene model worden ontwikkeld moeten in de uiteindelijke versie
van DiViDU ook binnen de andere modellen kunnen worden hergebruikt.

• De koppeling tussen theorie en praktijk is impliciet verwerkt in de modellen. Het is door
middel van leeractiviteiten mogelijk het verband tussen theorie en praktijk expliciet te maken.

Overeenkomsten en verschillen tussen de modellen

De drie modellen vertonen met name op de georganiseerde leeractiviteiten een zekere overlap, maar verschillen daarnaast ook. De onderstaande tabel brengt in beeld waar de overeenkomsten en verschillen zitten.