
Model Analyse
Onder analyseren in het kader van het Analysemodel wordt het volgende
verstaan: De (beginnende) docent observeert en beschrijft het handelen
van een collega-docent in een praktijksituatie, verklaart dit handelen
onder gebruikmaking van voor het beroep relevante theorie en genereert
hypotheses met betrekking tot de vraag wat er zou gebeuren indien
er anders gehandeld wordt. Het betreft voor professionals onmisbare
vaardigheden in de bewustmaking van de eigen werktheorie, het heroverwegen
van eigen handelen in praktijksituaties en het kennisnemen van handelingsalternatieven.
Het overkoepelende doel van opdrachten die binnen het Analyse-model
ontwikkeld worden is repertoire-uitbreiding van docenten. Dit doel
vereist meer dan alleen het aanleren van vaardigheden (zoals 'leerdoelen
formuleren' of 'vragen stellen'). Het gaat niet om het leren van
'trucjes'.
In de analyseleertaken ligt de nadruk op het bewustmaken van tot
dan toe onbewuste processen van oordelen en kiezen van docenten
en daarmee samenhangend waarnemen - interpreteren - handelen. Door
hieraan expliciet aandacht te besteden in de scholingssituatie,
door oefening en reflectie op het eigen handelen stimuleren we bewustwording
en repertoire-uitbreiding. Ons uitgangspunt daarbij is dat goede
docenten voldoende 'wendbaar' zijn; zij handelen passend in diverse
onderwijssituaties en kijken reflexief naar situaties.
Tot dusver zijn binnen het DiViDU-project twee families van analyseleertaken
benoemd:
- Sleutelsituaties
- Innovatieve onderwijsvormen
Om te leren analyseren wordt videomateriaal ontwikkeld van sleutelsituaties,
waarin verschillende aspecten van professioneel handelen en/of verschillende
doceerstijlen zichtbaar worden. Het leren zien dat diverse interpretaties
van een praktijksituatie mogelijk zijn, gebeurt ook doordat docenten-in-opleiding
kennisnemen van de interpretaties van hun mede-docenten-in-opleiding,
die in het DiViDU-systeem voor de hele groep zichtbaar zijn.
|